Zicht op de ontwikkeling van onze leerlingen


Werkwijze en ontwikkelingen
Breinstein
Ondersteuning voor en de ontwikkeling van het jonge kind
Schoolondersteuningsprofiel
Zorg
   

Werkwijze en ontwikkelingen


Onze school

Leerlingvolgsysteem 
Binnen de Kern volgen we de ontwikkeling op sociaal-emotioneel gebied en op cognitief gebied. 
Om de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen te begeleiden maken we veelvuldig gebruik van de EGO werkvormen met achterliggende doelstellingen. Door te observeren en te communiceren kunnen we eenvoudig en met kleine interventies sturen. De sociaal-emotionele ontwikkeling van uw kind wordt omschreven en besproken tijdens de verslagen en oudergesprekken. 
De sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen op schoolniveau brengen we in kaart via Zien!.
Op De Kern worden methode gebonden toetsen afgenomen ter controle van het eigen maken van het aanbod in de voorafgaande periode. Op basis van deze toetsen kan remediërend of verrijkend materiaal aangeboden worden. De voortgang komt in het portfolio. 
Tenslotte maken we gebruik van het leerling- en onderwijsvolgsysteem (LOVS) van Cito en de leerlijnen voor het jonge kind van Parnassys. De eventuele toetsen zijn methode onafhankelijk en toetsen de voortgang van uw kind op een vakgebied. Naar aanleiding van het leerlingvolgsysteem kan nog beter gedifferentieerd worden in instructie en aanbod. 
 

Sporenbeleid
We zijn met onze teams in ontwikkeling om te werken met het sporenbeleid. 
 
Het sporenbeleid is een differentiatie instrument dat ondersteuning biedt in het kader van zelfsturing. Kinderen kunnen verdeeld worden (of zichzelf plaatsen) in verschillende sporen, van hoge tot lage mate van zelfsturing. Zelfsturing is een vaardigheid die kinderen kunnen ontwikkelen met behulp van de juiste begeleiding. Het is absoluut een dynamisch model: kinderen kunnen gemakkelijk naar een hoger spoor groeien, juist omdat ze ook zicht hebben op de criteria die gelden bij ieder spoor. De uitdaging is om kinderen niet langer dan zes weken in spoor D te laten functioneren. Kinderen kunnen in verschillende gebieden in verschillende sporen functioneren. Denk aan het uitvoeren van een afgebakende taalopdracht, in tegenstelling tot een vrije creatieve projectmatige opdracht. Juist dat inzicht kan voor henzelf en de leerkracht verfrissend zijn. 
 
Spoor A of 1
Het kind is ondernemend en kan zichzelf aansturen. Het kind krijgt gemakkelijk zijn eigen spullen verzameld, kan uit de voeten met de regels die gelden op verschillende werkplekken, is bestand tegen groepsdruk en laat zich niet afleiden. Het kind kan zijn eigen competenties goed inschatten en organiseert zelf de hulp die hij nodig heeft. Het kind kan reflecteren op zijn eigen handelen en stelt vanuit eigen inzichten zijn plan daar de volgende keer bij. Het kind laat zich goed aanspreken en durft ook zelf andere kinderen aan te spreken op hun gedrag. 
 
Spoor B of 2
Het kind heeft al een grote mate van zelfsturing en is gebaat bij korte aanmoediging en/of ondersteuning. Het kind kan voor zijn eigen spullen zorgen en kent de regels van de verschillende werkplakken. Het kind heeft soms even begeleiding nodig bij het volhouden van het uit te voeren plan en krijgt daarom af en toe bezoek van de leerkracht. Het kind reflecteert wekelijks samen met de leerkracht op zijn gemaakte keuzes en bespreekt de voortgang van zijn werk. Het kind laat zich goed aanspreken en is het aan het oefenen met het zelf aanspreken van andere kinderen op hun gedrag. 
 
Spoor C of 3
Het kind is gebaat bij instructie en ondersteuning van de leerkracht. Het kind maakt samen met de leerkracht een plan van aanpak waaronder het kiezen van een geschikte werkplek en het te maken werk. Het kind krijgt regelmatig een bezoek van de leerkracht om de voortgang te waarborgen en reflecteert dagelijks met de leerkracht op zijn gemaakte werk. Het kind is aan het oefenen met het ontvangen en verwerken van feedback op zijn werkhouding. 
 
Spoor D of 4
Het kind is gebaat bij nabije en intensieve ondersteuning van de leerkracht. Het kind stemt met de leerkracht af wat hij wanneer gaat doen en wanneer die taken af zijn. Het kind heeft een vaste werkplek dichtbij de leerkracht. Er zijn meerdere reflectiemomenten per dag. Het kind en leerkracht samen een kort lijntje. 
 
(CEGO, KU Leuven in samenwerking met Tweemonds)


Groepsoverstijgend werken ten behoeve van de sociaal-emotionele ontwikkeling 
Kinderen leren graag met elkaar en van elkaar. Dat is het uitgangspunt van de vaardigheid ‘samenwerken’. Voor met name de sociaal-emotionele ontwikkeling is het voor kinderen goed om dit niet alleen met leeftijdsgenootjes te doen, maar juist ook met oudere of jongere kinderen. Kinderen van verschillende leeftijden hebben elkaar wat anders te bieden. Het vergt andere vaardigheden om de oudste of de jongste te zijn binnen een leerproces of activiteit. Daarom zetten we verschillende werkvormen in, waarbij groepsoverstijgend gewerkt wordt of kan worden.
Het is ook een reden om onze groepen binnen de landen te organiseren, waarbij meerdere leerjaren samen een groep vormen. 
 
Planning, instructie en gedifferentieerd inspelen op onderwijsbehoeften 
Elk jaar wordt door de leerkrachten een jaaroverzicht gemaakt. Daarin staan onder andere de doelen beschreven die dat jaar behaald moeten worden. Aan de hand van dit jaaroverzicht wordt er iedere week een weekrooster gemaakt. Dit weekrooster wordt voor de kinderen vertaald in een weektaak. 
Op de weektaak staan de instructies van de kinderen vermeld. Een instructie kan klassikaal of in een kleiner groepje worden georganiseerd. Voordelen van werken met instructiegroepen zijn: de persoonlijke aandacht in een kleinere groep, het aanbieden van instructie op het juiste niveau en de interactiemogelijkheden. 
Vanuit de analyse van observaties en toetsen bekijken we de onderwijsbehoefte van ieder individueel kind. Dit zetten we om in handelen waarbij werken op eigen niveau een belangrijk uitgangspunt is. De leerkracht maakt keuzes omtrent de indeling van de instructiegroepen. Daarbij kunnen niveaugroepen geformeerd worden, maar kan de leerkracht er ook bewust voor kiezen om dit niet te doen. Vakgebied, onderwerp, doelstelling en niveau van de kinderen kunnen hier aan ten grondslag liggen. 

Gesprekken en verslagen 
Op de scholen doen we ons best om de gesprekken over de voortgang van uw kind zo persoonlijk mogelijk te maken. We vinden het belangrijk om een goede afstemming te realiseren tussen ouders, kind en leerkrachten. Een belangrijk onderdeel van deze afstemming bestaat uit de communicatie over de ontwikkeling van uw kind op sociaal-emotioneel gebied en cognitief gebied. Om deze afstemming goed in te richten starten we jaarlijks met een startgesprek met ouders, kind en leerkracht. Tijdens dit gesprek, waarbij het voornamelijk gaat over het welbevinden van het kind, bespreken we ook hoe we elkaar op de hoogte houden gedurende het schooljaar. We noemen dit het communicatieplan: dit plan is maatwerk en kan verschillend zijn per kind. De cyclus van de schoolverlaters wijkt hiervan af omdat hier een aantal momenten voorbij moeten komen in de verwijzing naar het voortgezet onderwijs. Dit wordt rechtstreeks met de betrokken ouders en kinderen gecommuniceerd. 
 
Overgang naar het voortgezet onderwijs 
In groep 7 en 8 (Hoogland) richten we ons nadrukkelijk op de overgang naar het voortgezet onderwijs (VO). De leerkrachten vervullen een belangrijke rol in de begeleiding van dit proces. In groep 8 besteden we veel aandacht aan wat er komt kijken bij het kiezen van een school voor voortgezet onderwijs. Verschillende scholen voor het VO worden gedurende het jaar bezocht. Ook stimuleren we kinderen en ouders om de open dagen te bezoeken. 
 
In november van leerjaar 8 stellen we aan de hand van diverse gegevens het advies vast. In het adviesgesprek bespreken we dit u en uw kind. Na het advies volgt in april/mei de eindtoets. Wij nemen Route 8 van A-vision als eindtoets af. De uitslag van de eindtoets is een bevestiging van het advies. Begin maart kunt u uw kind inschrijven op de school naar keuze. Eind april bevestigt het VO de aanmelding. Daarna is er nog contact tussen de leerkracht en het VO. 

 

Schooladviezen

De afgelopen drie schoolaren zagen onze schooladviezen er als volgt uit:
Onderwijstype
2017-2018
2018-2019
2019-2020
VWO/gymnasium 2 - 1
HAVO/VWO 10 - 5
HAVO - - -
VMBO TL/HAVO 3 3 6
VMBO TL - 3 1
VMBO Kader/TL 3 1 3
VMBO Kader - - -
VMBO Kader met LWOO - - -
VMBO Basis/Kader 8 - -
VMBO Basis - - 2
VMBO Basis met LWOO - - -
Parktijkonderwijs 1 - -
       
Totaal aantal leerlingen 27 7 18


Arcade

Al onze scholen nemen op basis van gegevens, zoals de tussenopbrengsten, beslissingen om de kwaliteit te verbeteren. Tussen- en eindopbrengsten worden op leerling-, groeps-, school- en bestuursniveau geanalyseerd. We gebruiken hiervoor systemen, die ons inzicht geven in de ontwikkelingen van leerlingen, groepen en scholen. N.a.v. de gegevens gaan we met elkaar in gesprek om de juiste stappen te zetten. 
Op de scholen wordt het werk van de leerlingen dagelijks gevolgd. De leerkrachten observeren, registreren, toetsen en beoordelen het werk van de leerlingen. Deze werkwijze stelt de leerkracht in staat vast te stellen of de ontwikkeling naar wens verloopt.  
De eindtoets wordt door alle leerlingen aan het eind van de basisschool gemaakt. Deze toets is verplicht. De leerkracht geeft de leerling een advies voor het onderwijsniveau in het voortgezet onderwijs. Scoort de leerling op de toets beter dan het advies van de leerkracht? Dan heroverweegt de school het advies. Bij een lagere score hoeft dit niet. De eindtoets is geen examen, leerlingen kunnen niet slagen of zakken.